Door Janny Huizinga-van der Wurff
Dick is geen onbekende in het hospice – hij draait al 4 jaar mee als zorgvrijwilliger. Daarom de hoogste tijd voor een nadere kennismaking!
We hebben voor het interview afgesproken in het hospice. Daarbij komt algauw de vraag naar boven 'van wie ben je d'r ien?' Dick is er een van Freek en Aat Blom. In zijn jeugd woonde hij in Oosterend waar zijn ouders mede-eigenaren waren van Bakkerij 't Gouwe Boltje. Dick is getrouwd met Els (jarenlang onderwijskracht op de Luberti- en Jozefschool), heeft 2 volwassen dochters en 4 kleinkinderen.
Met school had Dick een haat-liefde-verhouding. Al vrij snel kwam hij tot de ontdekking dat het goed bij hem paste om met zijn handen aan de slag te gaan. Hij volgde de slagersvakopleiding en ging onder andere aan de slag bij Hans Beverdam (Hans Worst) en Slager Brouwer.
Na de komst van hun 2 dochters bleef Els werkzaam in het onderwijs en nam Dick de taak van huisman op zich – iets wat in de jaren 80 nog niet zo gewoon was. Hij vertelt van die periode te hebben genoten - had het voor geen goud willen missen. Daarnaast was hij onder andere actief in het schoolbestuur, bij Tevoko en de buurtvereniging.
In de periode thuis ontdekte hij er aardigheid in te hebben om zelf dingen te timmeren. In het begin ging het vooral om speelgoed, maar later ook andere dingen. Een vriend zei op een geven moment: 'Is het niet wat voor jou om zelf een bedrijf te starten waar je professioneel aan de slag kunt met timmeren?'
Aanvankelijk was het voor Dick niet klip en klaar hoe dit vorm moest gaan krijgen. Hij dacht: 'ik heb onvoldoende ervaring – wie zit er op mij te wachten'. Nadat hij een periode had meegelopen met een professionele timmerman heeft hij de sprong in het diepe gewaagd en is een interieur- en aftimmerbedrijf begonnen. Hij heeft zich vooral toegelegd op het maken van kasten op maat, vernieuwen van plafonds en wanden. Maar ook voor kleine reparaties aan deuren, kozijnen en ramen draait hij zijn hand niet om.
Veelzijdigheid is Dick niet vreemd.
Op mijn vraag hoe hij als zorgvrijwilliger in het hospice is gekomen antwoordt Dick: 'Ik wilde een nieuwe draai geven aan vrijwilligerswerk – iets waarbij ik het verschil kon maken'. De introductietraining, die iedere startende vrijwilliger volgt, versterkte zijn gevoel dat hij een goede keuze had gemaakt door in het hospice aan de slag te gaan. Hij zegt dat het voldoening geeft om niet alleen iets te brengen, maar ook om iets te halen en legt dat als volgt uit: als zorgvrijwilliger voer je ondersteunende taken uit in het hospice die er aan bijdragen dat de gast zich zo comfortabel mogelijk kan voelen. Dat doe je zo goed als mogelijk samen met collega zorgvrijwilligers en externe professionals. Het kunnen en mogen bijdragen aan de zorg voor een gast en indirect aan diens naasten geeft diepgang. Soms brengt een glimlach of zien dat iemand ontspannen in slaap kan vallen al voldoening om te weten dat je als zorgvrijwilliger het verschil kan maken. Niet alleen een gesprek met een gast of diens naasten, maar ook gesprekken onderling met collega zorgvrijwilligers kunnen mooie inzichten opleveren. 'Je steekt er wat van op – zeker als een gesprek de diepte in gaat', zegt Dick.
Toen Douwe Kooiker (zie interview) een opvolger zocht zag Dick dit als een extra dimensie aan het vrijwilligerswerk in het hospice. Hij heeft wellicht iets minder technische kennis dan zijn voorganger, maar weet precies bij welke professional hij kan aankloppen voor raad of uitvoering van een taak. Als zorgvrijwilliger ziet hij vaak lopende de week voor welke taken er een beroep op hem wordt gedaan - hij zit er kort bovenop en kan daardoor snel handelen. Ook is hij bij toerbeurt de laatste vrijdag in de maand in het hospice tijdens de open middag om bezoekers te verwelkomen en rond te leiden. Verder maakt hij deel uit van de bouwcommissie. Daarin wordt onderzocht op welke wijze uitbreiding van het hospice kan worden gerealiseerd.
Kortom Dick maakt zijn dubbeltol meer dan waar.

